De val van de enclave
23 jan 03
De Bosnische Serviërs verdrijven Dutchbat in de zomer van '95 uit Srebrenica.
Vanaf januari 1995, de derde lichting van Dutchbat is inmiddels gearriveerd, wordt de situatie in en rond
de enclave grimmiger. De Bosnische Serviërs snijden het Nederlandse bataljon af van de buitenwereld en
het wordt moeilijker om de Nederlandse militairen te bevoorraden.
Op 6 juli beginnen de Bosnische Serviërs met een offensief. Na drie dagen stelt Unprofor een ultimatum
aan generaal Mladic: de Bosnische Serviërs moeten zich terugtrekken. Tegelijkertijd krijgt Dutchbat de
opdracht om 'blocking positions' ten zuiden van de stad Srebrenica op te werpen: zes pantservoertuigen moeten
de opmars van Mladic tegenhouden. Unprofor belooft Dutchbat de inzet van luchtsteun, mocht Mladic toch
doorzetten. En Mladic zet door. De volgende dag wordt er de hele dag zwaar gevochten in het zuidelijke
gedeelte van de enclave. Op 10 juli, als Mladic tegen de avond de 'blocking positions' bereikt, vraagt
Dutchbat opnieuw luchtsteun aan. Die blijft uit. De luchtsteun wordt
uiteindelijk pas de volgende dag gegeven. Om half drie 's middags worden er twee Nederlandse F-16's ingezet,
die een Servische tank uitschakelen. De luchtsteun is niet voldoende en komt te laat.
Mladic zet de aanval volledig in en dreigt de VN de 55 eerder gegijzelde Nederlandse militairen te doden als
er meer luchtsteun komt. De VN bindt in. Dutchbat verlaat een uur later de 'blocking positions', laat het
stadje Srebrenica los en vertrekt met tienduizenden vluchtelingen naar het hoofdkwartier van Dutchbat, in
Potocari. De enclave is gevallen, Dutchbat staakt de strijd en
Karremans start onderhandelingen met generaal Mladic.
Op 21 juli 1995 vertrekt Dutchbat uit Srebrenica. De moslimbevolking is dan al afgevoerd door de Bosnische
Serviërs. De Dutchbatters worden als helden ontvangen en vieren
feest in Zagreb. Al snel blijkt dat er veel is misgegaan. Ruim 7000
moslimmannen zijn verdwenen; vermoord door de Bosnisch-Servische troepen.
Terwijl er steeds meer berichten komen over de massaslachtingen, blijft landmachtbevelhebber Couzy volhouden
dat er geen aanwijzingen zijn voor genocide. Nog opmerkelijker zijn
de uitspraken van overste Karremans tijdens zijn persconferentie op 23 juli in Zagreb. Karremans vertelt dat
hij bewondering heeft voor de strateeg Mladic en dat er in dit
conflict 'geen good guys of bad guys' zijn. Hij rept met geen woord
over het lot van de tienduizenden vluchtelingen, noch over de verklaringen van Dutchbatters dat ze hebben
gezien dat de Bosnische Serviërs moslimmannen hebben geëxecuteerd.