Politie-inspecteur verdacht van meineed in Turkse heroïnezaken
18 jan 08
Een inspecteur van de Nationale Recherche wordt door de rechtbank Rotterdam verdacht van meineed in de Turkse heroïnesmokkel-zaak met de codenaam ‘Benoit’.
De rechtbank vermoedt dat de politie-inspecteur gelogen heeft toen hij tijdens de rechtszaak toen hij
duidelijkheid moest geven over het regelen van tipgeld voor een criminele burgerinformant in Turkije. De
inspecteur verklaarde tegenstrijdig over welke informatie hij op welk moment aan de leidinggevende officier
van justitie had gegeven.
Inmiddels is tijdens de rechtszittingen duidelijk geworden dat de Turkse criminele burgerinformant aan de
basis staat van meerdere Nederlandse heroïnesmokkel-zaken, iets wat door justitie altijd ontkend
is.
NOVA berichtte eerder dat er in deze en andere Turkse heroïnezaken vermoedelijk
verboden opsporingsmethoden zijn
gebruikt. De Nederlandse politie en justitie blijven tot nu toe alle in NOVA geuitte beschuldigingen
ontkennen. Ook de minister van Justitie ontkende in een uitgebreide brief aan de Tweede Kamer dat er iets
onwettigs is gebeurd. Later onthulde NOVA dat Nederland in een van de drugszaken niet alleen samenwerkten met
criminele burgers en dat de Nederlandse
politie bewust een drugscrimineel liet lopen.
Vandaag gaat de Rotterdamse rechtbank in de zaak-Benoit verder met getuigeverhoren. Het voormalig hoofd van
de Turkse Narcoticabrigade Y. Yaman wordt op verzoek van de advocaten in de zaak gehoord. Justitie beweerde
eerder dat Yaman als getuige onvindbaar was. Maar nadat NOVA hem interviewde, werd hij alsnog als getuige
opgeroepen. In NOVA bevestigde Yaman dat Turkije met opsporingsmethoden werkt die in Nederland verboden zijn
en dat Nederland daar ondanks de ontkenningen volledig van op de hoogte is.
Inmiddels zijn er door de Tweede Kamer naar aanleiding van de ontkenningen van de minister en naar aanleiding
van de vervolguitzendingen van NOVA nieuwe Kamervragen gesteld die nog onbeantwoord zijn.