De getrouwen van Saddam
15 apr 03
Saddam Hoessein uitschakelen was hét doel van de Amerikaans militaire acties in Irak. Maar de
Iraakse leider was niet alleen verantwoordelijk voor het wrede bewind in het land. Wie zijn de mannen die aan
zijn zijde de dienst uitmaakten?
Familie en revolutionairen
Saddam heeft in de loop der jaren een kleine groep vertrouwelingen om zich heen verzameld. Om zijn absolute
macht te handhaven, leunde Saddam op twee 'pilaren': zijn familie uit zijn geboortedorp Tikrit - ten noorden
van Bagdad- en zijn mede-revolutionairen in de achtkoppige Revolutionaire Commando Raad, die de macht in Irak
in handen had.
Familie
Van zijn naaste familie waren vooral Saddams zonen belangrijk. Zij werden op 22 juli 2003 door de Amerikaanse
strijdkrachten in Irak doodgeschoten.
Qusay 'de slang'
Qusay (36) was de jongste zoon en Saddams favoriet. Bij de Irakezen lag hij minder goed, getuige zijn bijnaam
'meneer Slang'. Hij zou ambitieus en geslepen zijn geweest. Qusay leek te worden klaargestoomd om zijn vader
op te volgen en was na de president de machtigste man van Irak. Hij trad niet vaak in de openbaarheid.
Qusay was commandant van de elitetroepen van de Republikeinse Garde en de Speciale Republikeinse Garde. Qusay
had sinds 1990 de controle over in ieder geval vier van de acht Iraakse geheime diensten. In deze
hoedanigheid was hij ook verantwoordelijk voor het martelen van gevangenen en het afdwingen van de zogenaamde
bekentenissen door de agenten van de geheime dienst. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor de executie van
duizenden gevangenen die in de jaren negentig plaatsvond om de gevangenissen 'op te schonen'.
Uday 'de wolf'
Uday (39), de oudste zoon, was flamboyanter en bekender dan zijn broer. Men kende hem als een agressieve
playboy. Uday noemde zichzelf Abu Sarhan, een Arabisch eufemisme voor wolf. Hij reageerde als eerste op het
ultimatum van Bush met zijn verklaring dat de Amerikaanse president 'instabiel' is en dat hij en zijn familie
'de macht in Amerika moeten opgeven'.
De oudste zoon van Hoessein vermoordde in 1988 de voorproever van zijn vader tijdens een familieruzie en
overleefde in 1996 zelf een moordaanslag. Hierbij liep hij wel blijvend letsel op: hij raakte gedeeltelijk
verlamd. Door zijn fratsen zou hij uit de gratie van Saddam zijn geraakt.
Dit ongenoegen van vader en zijn extravagante en gewelddadige reputatie ten spijt, bleef Uday een machtig
persoon in Irak. Hij stond aan het hoofd van Fedayeen Saddam, een paramilitair burgerleger dat binnenlandse
tegenstanders neerslaat. Ook was hij eigenaar van de populairste krant van Irak, Babil, en van een
rock-station dat geliefd is bij jongeren. Daarnaast was Uday lid van het Iraakse parlement.
Ali Chemicali
Generaal Ali Hassan Al-Majid is een neef van de Iraakse leider. Hij wordt ook wel 'Ali Chemicali' genoemd,
omdat hij aan het hoofd stond van de Iraakse troepen die een aanval met chemische wapens uitvoerden op de
Koerdische stad Halabja in 1988. Daarbij kwamen 5000 mensen om het leven.
Al-Majids positie kwam in 1995 in gevaar, toen zijn twee neven Hoessein Kamil al-Majid en Saddam Kamil
al-Majid, schoonzonen van Saddam, met hun familie naar Jordanië vluchtten. Ali leidde toen het
zogenoemde 'jihad-offensief' dat resulteerde in de moord op de twee broers, hun vader (zijn eigen broer) en
vele anderen, als straf voor het verraad.
Ali is lid van de Revolutionaire Raad van Saddam Hoessein. Toen half maart het land door de Iraakse
Revolutionaire Commandoraad (RCC) in vier militaire zones werd onderverdeeld met het doel 'iedere agressie
van buitenaf te weerstaan', kreeg Ali het zuidelijke deel onder zijn hoede.
Revolutionairen
Vice-premier Aziz
De bekendste van de pilaar van mede-revolutionairen is vice-premier Tareq Aziz. Hij is lid van de
Revolutionaire Raad en was minister van Buitenlandse Zaken ten tijde van de Golfoorlog. Hij is uitgesproken
anti-westers en was in staat steeds in de gratie van Saddam te blijven. Aziz werd op 23 april 2003 opgepakt
door de Amerikanen.
Izzat Ibrahim, plaatsvervangend bevelhebber van het leger en vice-voorzitter van de Revolutionaire Raad, heeft zijn lot sinds de zestiger jaren aan dat van Saddam verbonden. Hij is samen met vice-president Taha Yasin Ramadan en Saddam Hoessein zelf de enige die is overgebleven van de groep samenzweerders die bij de coup in 1968 de Baathpartij aan de macht bracht. Zijn dochter was korte tijd getrouwd met Uday, de oudste zoon van Saddam.
Ibrahim dreigde de Koerden tijdens de eerste Golfoorlog met een chemische aanval als ze 'problemen zouden geven'. "Als jullie Halabja zijn vergeten, wil ik jullie eraan herinneren dat we bereid zijn deze operatie te herhalen", zo refereerde hij aan de chemische aanval in 1988. Ibrahim vertegenwoordigt het regime regelmatig in het buitenland.
Hij is al diverse malen door het oog van de naald gekropen. In 1998 ontsnapte hij in de stad Karbala aan een poging tot moord. Toen hij in 1999 voor een medische behandeling in Wenen was, kon hij als verdachte van misdaden tijdens de menselijkheid maar net ontkomen aan een arrestatie.
Vice-president Ramadan
Taha Yasin Ramadan is vice-president en één van Saddams trouwste bondgenoten. Amerikanen vermoeden dat hij banden heeft met al-Qaeda. Yasin Ramadan is geen lieverdje. Toen hij in de jaren zeventig minister van Industrie werd, zei hij tegen zijn collega's: "Ik weet niets over industrie. Het enige dat ik weet is dat wie niet hard werkt, wordt geëxecuteerd. Door dissidenten wordt hij ervan beschuldigd dat hij tijdens een opstand in Zuid-Irak in 1991 tanks over rebellen liet rijden.
Ook Yasin Ramadan overleefde aanslagen, waaronder twee in 1997 en één in 1999. Er wordt gezegd dat hij het in de jaren tachtig aan de stok had met Saddam Hoessein over economisch beleid. Hij is één van de weinigen die een meningsverschil met Hoessein kan navertellen.
Al-Saadi
Amer Al-Saadi is generaal en wetenschappelijk adviseur van Saddam Hoessein. Hij was de laatste tijd veel te zien bij persconferenties waar hij het standpunt van Irak verkondigde.
Al-Saadi fungeerde als aanspreekpunt van de wapeninspecteurs en was het brein achter het geheime Iraakse wapenprogramma uit de jaren '80. Opmerkelijk is dat hij geen lid is van de Baath Partij. Hij zou de laatste tijd veel aan invloed hebben gewonnen.
Minister Sabri
Naji Sabri is de huidige minister van Buitenlandse Zaken. Hij is meer technocraat dan politiek leider. Sabri zou close zijn met Saddams zoon Qusay, en daar zijn belangrijke positie aan te danken hebben.
De voormalige docent Engelse literatuur aan de universiteit van Bagdad werd teruggeroepen van zijn post aan de Iraakse ambassade in Londen toen zijn twee broers gevangen waren genomen op verdenking van samenzwering. Tien jaar lang hield hij zich op de vlakte.
Toen de Golfoorlog uitbrak had hij het vertrouwen van het regime weer herwonnen en werd hij vice-minister van Informatie. In 1995 werd hij adviseur van Saddam Hoessein en in 1998 ambassadeur in Oostenrijk. Hij staat bekend als 'gladjanus' en als 'type waar Westerlingen van houden'. Door zijn inspanning zouden de banden met Arabische landen zijn aangehaald.
Het lot van al deze mannen is nauw verbonden aan dat van Saddam. Te verwachten is dan ook dat zij hem tot het einde trouw blijven.
Minister al-Sahaf
Mohammed Said al-Sahaf (63) is de Iraakse minister van Informatie. Hij is sinds het uitbreken van de oorlog het gezicht van het regime in Irak. Als minister van Informatie praat hij elke dag de internationale pers bij over de oorlogssituatie in Irak. Steeds weer doet hij alsof Irak de Amerikaanse aanval onder controle heeft.
Het Egyptische publiek heeft het al over de 'al-Sahaf-show'. Al-Sahaf haalt hard uit naar zijn vijanden en verzint keer op keer nieuwe scheldwoorden voor Bush en Blair. In Arabische landen is hij een ware mediaheld. Hij wordt vaak de ' megafoon' van Saddam genoemd. Ook onder internationale journalisten baart de minister opzien. Met de zwarte rook van in brand gestoken oliegreppels en het geluid van bombardementen op de achtergrond, verkondigt de minister glashard en met een grote glimlach dat de Amerikanen niet eens in de buurt zijn en dat Bagdad veilig en rustig is.
Tijdens de coup van 1968 kreeg al-Sahaf de leiding over de staatsradio en -tv. Daarna werkte hij op het ministerie van Informatie en als ambassadeur in India, Italië en bij de Verenigde Naties. Vanaf 1992 was hij bijna tien jaar de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken.
Zo goed als al-Sahaf met president Saddam Hoessein kon opschieten, zo slecht ging dat met diens zoon Uday. Nadat al-Sahaf in 2001 door een krant van Uday in een slecht daglicht wordt gesteld, wordt hij door Saddam ontslagen als minister van Buitenlandse Zaken. Daarop krijgt hij de leiding over het ministerie van Informatie.