Het fotorolletje
23 jan 03
Foto's die oorlogsmisdaden door Bosnische Serviërs moeten bewijzen, gaan verloren bij het ontwikkelen.
Op 13 juli 1995 maakt Dutchbat-luitenant R. Rutten foto's van de val van Srebrenica. Hij legt oorlogsmisdaden
van de Bosnische Serviërs vast. Rutten fotografeert in het zogeheten Witte Huis, de plek waar de
Serviërs moslimmannen ondervroegen. Hij maakt ook foto's van een aantal geëxecuteerde mannen.
Rutten maakt verder foto's van collega-Dutchbatters die helpen bij het scheiden van mannen, vrouwen en
kinderen. In Zagreb vertelt hij aan de landmachttop wat hij heeft vastgelegd. De foto's zouden zeer
schadelijk kunnen zijn voor de beeldvorming van Dutchbat, vreest de top van de landmacht. Zo blijkt uit een
verklaring van majoor De Ruiter.
Terug in Nederland wordt Rutten gebeld door majoor De Ruiter, die het rolletje ophaalt om het te laten
ontwikkelen. De volgende dag wordt het rolletje ontwikkeld in het fotolaboratorium van de Marine
Inlichtingendienst (MID). Het wordt verprutst. Na een onderzoek van de Kmar blijkt dat de laborant
ontwikkelaar en fixeer door elkaar heeft gehaald. 'Privé-omstandigheden' waren daarvoor de oorzaak. Er
staat niets meer op het rolletje.
"Een knullige menselijke fout", verklaart minister Voorhoeve na
afronding van het marechausseeonderzoek. Maar daar neemt niemand echt genoegen mee. Vooral luitenant Rutten
niet. Bij de Kmar verklaart Rutten later: "Tot op heden geloof ik als zoveel Nederlanders niet in de weergave
zoals eerder is beschreven. De verklaring van het mislukken van de foto's is voor mij absoluut
ongeloofwaardig."
In augustus 1998 verbreekt Rutten zijn stilzwijgen. In NOVA vertelt hij wat hij precies heeft gefotografeerd,
en spreekt zijn wantrouwen uit in Defensie. Minister De Grave stelt een onderzoekscommissie in onder leiding
van Commissaris van de Koningin Van Kemenade. Deze concludeert dat er
geen sprake is van een doofpot. Maar naar de gang van zaken rond het
fotorolletje heeft Van Kemenade niet actief onderzoek gedaan.