Britta Böhler
18 feb 05
Is: Nederlands bekendste politieke advocaat. Ze werd vooral bekend als advocaat van de
Koerdische PKK-leider Abdullah Öcalan en de moordenaar van
Pim Fortuyn
Volkert van der G.. Haar kantoor
Böhler, Franken, Koppe & De Feijter verdedigt op dit moment vermeende leden van de
Hofstadgroep.
Achtergrond: Britta Böhler wordt op 17 juli 1960 geboren in Freiburg in Duitsland en
komt uit een sociaal-democratisch nest. Haar ouders zijn fanatieke SPD-aanhangers. Ze studeert rechten en
filosofie en promoveert in de rechten. Ze kiest voor die richting omdat je daar in het Duitsland van de jaren
zeventig alle kanten mee op kan.
Al tijdens haar promotie gaat ze op het advocatenkantoor Peat Marwick GmbH in Frankfurt werken. Daar
specialiseert ze zich in het ondernemersrecht. Böhler woont sinds 1991 in Nederland.
Politiek advocaat: Böhler wordt in 1991 advocaat bij het prestigieuze advocatenkantoor
kantoor Loeff Claeys Verbeke in Amsterdam. In 1994 vertrekt ze naar Zuid-Afrika als waarnemer voor de
Stichting Juristen, in de aanloop naar de eerste vrije verkiezingen daar en op uitnodiging van de
anti-apartheidsbeweging.
Het land en de mensen maken diepe indruk op haar. Ze bestempelt zichzelf vanaf dat moment als 'politiek
advocaat' en gaat eenmaal terug in Nederland voor het linkse en activistische kantoor Van den Biesen en
Prakke werken, dat later de naam Böhler, Franken, Koppe & De Feijter krijgt.
Het kantoor verdedigt vooral mensen die in politieke zaken zijn verwikkeld en vaak zijn dat
terreurverdachten. Het verschil met gewone advocaten is dat Böhler en haar collega's zaken aannemen
"waarbij het om meer gaat dan puur de berechting van het misdrijf, waarbij de politieke aspecten, de
geschiedenis en de achterliggende motivatie van de cliënt belangrijk zijn", aldus Böhler.
In 1998 besluit het kantoor de Koerdische PKK-leider Abdullah Öcalan te verdedigen. De van terrorisme
verdachte Öcalan is opgepakt in Rome en Turkije eist zijn uitlevering. Böhler en collega's proberen
de rechter duidelijk te maken dat de man een strijd voert tegen de Turkse onderdrukking van Koerden. In de
pers wordt Böhler snerend 'the beauty' genoemd die 'the beast' verdedigt, maar ze trekt zich er weinig
van aan: "Als een blonde, vrouwelijke advocaat nodig is om deze zaak in het nieuws te krijgen, vind ik het
best".
RAF: Böhler sympathiseert als studente met de Palestijnen en Marx en Lenin. Vanwege
haar verleden wordt vaak gedacht dat ze ook sympathieën heeft gehad met de Duitse terreurorganisatie
Rote Armee Fraktion. Er wordt zelfs beweerd dat ze lid is geweest van de groepering. Ze ontkent dat
stellig.
Ze maakt er geen geheim van dat ze tot op zeker hoogte begrip heeft voor de doelstellingen van de RAF, maar
ze keurt de gewelddadige acties af. En een van haar grote voorbeelden is Otto Schily, de advocaat die in de
jaren zeventig RAF-lid Gudrun Ensslin verdedigt. "Het moeten voor hem loodzware tijden zijn geweest, want een
advocaat die in die tijd de leden van Baader-Meinhof verdedigde, kreeg al gauw de naam zelf lid van de RAF te
zijn", zegt Böhler in 2000 in Vrij Nederland.
Donner: Böhler heeft weinig op met het beleid van de huidige minister van Justitie
Piet Hein Donner . Vooral zijn
uitgangspunt dat verdachten 'echt niet worden geboren met allerlei rechten' ergert haar mateloos. Volgens
Böhler is het precies omgekeerd: "Alle mensen hebben juist wel van oorsprong gelijke rechten en zijn in
beginsel vrij. Die vrijheidsrechten zijn bedoeld om het individu juist te beschermen tegen de macht van de
staat en het individu in staat te stellen zich vrij te ontplooien", zegt ze in 2004 in NRC Handelsblad.
(Bron: NRC Handelsblad/Vrij Nederland/Financieele Dagblad/Wikipedia)