De onderzoekers
23 jan 03
Eindverantwoordelijkheid Srebrenica-rapport:
J.C. Blom, directeur van het NIOD. Hij is hoogleraar 'Nederlandse geschiedenis sedert de
Middeleeuwen' aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Leiden en
promoveerde in 1975 op 'De muiterij op de Zeven Provinciën; reacties en gevolgen in Nederland'.
P. Romijn, hoofd afdeling onderzoek van het NIOD. Hij is hoogleraar '20ste eeuwse geschiedenis aan
de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Groningen en promoveerde in
1989 op 'Snel, streng en rechtvaardig. De berechting en reclassering van 'foute' Nederlanders als probleem in
de Nederlandse politiek 1940-1945'.
De onderzoeksgroep:
N. Bajalica, wetenschappelijk onderzoeker bij het NIOD. Zij studeerde letterkunde aan de
Universiteit van Novi Sad en Slavische talen en letterkunde en Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit
van Amsterdam.
G. Duijzings, geeft lezingen op de faculteit 'Serbian and Croatian Studies' aan de 'School of
Slavonic and East European Studies' in Londen. Hij is in 1999 gepromoveerd op 'Religion and the Politics of
Identity in Kosovo'.
T. Frankfurt, wetenschappelijk onderzoeker bij het NIOD. Zij studeerde geschiedenis aan de
Universiteit van Amsterdam.
B.G.J. de Graaff, senior onderzoeker bij de afdeling 'Geschiedenis van de Internationale
Betrekkingen' aan de Universiteit van Utrecht. Hij studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit van
Amsterdam en promoveerde in 1997 op 'Kalm temidden van woedende golven, het ministerie van Koloniën en
zijn taakomgeving 1912-1940'.
A.E. Kersten, hoogleraar 'Historische ontwikkeling van het volkenrecht en de diplomatieke
geschiedenis' aan de Universiteit van Leiden. Hij studeerde geschiedenis aan de Katholieke Universiteit
Nijmegen en promoveerde in 1981 op 'Buitenlandse zaken in ballingschap 1940-1945'.
P.C.M. Koedijk, wetenschappelijk onderzoeker bij het NIOD. Hij studeerde geschiedenis aan de
Universiteit van Amsterdam en publiceerde (samen met G. Mulder) onder andere 'H.M. van Randwijk, een
biografie'.
D.C.L. Schoonoord, was werkzaam bij de Koninklijke Marine. Hij studeerde Engelse taal- en
letterkunde en promoveerde in 1998 op 'De mariniersbrigade 1943-1949. Wording en inzet in
Indonesië'.
R. van Uye, was onder andere werkzaam bij de Office of Hihg Representative (South) in
Bosnië-Herzegovina als hoofd van het Political Department. Hij studeerde hedendaagse geschiedenis van
het Midden-Oosten, Internationaal recht en Arabisch aan de Universiteit van Amsterdam.
C. Wiebes, senior onderzoeker bij de vakgroep 'Internationale betrekkingen en internationaal
publiekrecht' aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit
van Amsterdam en promoveerde in 1993 op 'Belgium, the Netherlands and Alliances, 1940-1949'.