Afghanistan, een tragische geschiedenis
23 jan 03
Afghanistan gaat al decennialang gebukt onder oorlogen en onderdrukking.
Afghanistan gaat gebukt onder een met tragiek doordrenkte geschiedenis. Het land lijkt na jaren van
oorlogsgeweld te zijn teruggeworpen naar het Stenen Tijdperk.
Stond de Afghaanse hoofdstad Kabul in de regio eens bekend om zijn goed verlichte straten en moderne
gebouwen, aan het eind van de door de Taliban gewonnen burgeroorlog ligt de stad grotendeels in puin.
Elektriciteit ontbreekt nagenoeg en een groot deel van de 1,4 miljoen inwoners is de stad ontvlucht. Vrouwen
hebben in Afghanistan nauwelijks rechten, mogen geen onderwijs volgen en mogen alleen de straat op als ze van
top tot teen zijn gesluierd.
Gedurende de hele geschiedenis hebben de Afghanen zich hevig en met succes verzet tegen binnendringers. Het
jaar 1973 luidt de proloog in van de recente inmiddels meer dan twee decennia durende tragedie. Het
koningshuis dat sinds 1747 regeert, wordt in dat jaar omvergeworpen door een junta onder leiding van Mohammed
Daud. Deze coup zet de toon voor alle machtsovernames die hierna volgen.
Daud, de nieuwe president, wordt in 1978 tot genoegen van Moskou afgezet door de communist Noor Mohammed
Taraki. Deze wordt echter na een jaar vermoord. Hiermee raakt Afghanistan rechtstreeks in de Koude Oorlog
verzeild: Sovjettroepen trekken in december 1979 het land binnen om de communisten te steunen. De invasie
verloopt catastrofaal en geeft het startschot voor het daarna voortdurende oorlogsgeweld.
De Sovjettroepen houden het tien jaar vol in het onherbergzame Afghaanse land tegen het in bondgenootschap
optredende verzet van krijgsheren, de Afghaanse mujahedin (bergkrijger). Naar schatting komen 15 duizend
Russen om. Gesteund door de Verenigde Staten onder president Reagan, slaagt het Afghaanse verzet er in 1989
in de Russen het land uit te jagen.
Via de Pakistaanse geheime dienst ISI geeft Washington de mujahedin miljarden aan wapenhulp voor hun strijd
tegen de Sovjets. Ook steunt de Amerikaanse inlichtingendienst CIA de zogenoemde madrassen - religieuze
scholen - onder leiding van de mujahedin. Deze centra werden gezien als goede basis om de Afghaanse strijders
tegen Moskou te mobiliseren. Na de nederlaag van de Sovjets bleven deze opleidingscentra bestaan en vormden
de wieg voor de huidige Taliban.
Na het vertrek van de Russen raakt het verzet in Aghanistan verdeeld. Mujahedin-groepen en krijgsheren raken
met elkaar slaags. In 1994 verschijnt dan de Taliban ten tonele. In 1995 nemen de Taliban de stad Herat in en
een jaar later hebben ze tweederde van het land bezet. Sindsdien wordt er voortdurend gevochten tussen de
Taliban en de oppositie.
Bevolkingsgroepen
Naar schatting van de Verenigde Naties in 1999 had Afghanistan bijna
22 miljoen inwoners. Maar miljoenen Afghanen zijn de afgelopen jaren hun land ontvlucht. De meerderheid van
de bevolking bestaat uit de Pashtun. Daarna komen de Tadzjieken, gevolgd door de Hazaren en de
Oezbeken.
De twee officiële talen zijn het Pashto, dat door de helft van de bevolking wordt gesproken en het Dari,
gesproken door eenderde van de inwoners. In het noorden wordt Oezbeeks en Turkmeens gesproken. Driekwart van
de Afghanen is soennitisch moslim, de meeste anderen zijn sjiitische moslims. Meer dan tachtig procent van de
bevolking leeft op het platteland. Bijna twintig procent is nomade.
Afghanistan is van strategisch belang voor de wereld-oliehandel vanwege belangrijke pijpleidingen. Het is
buiten landen in Afrika ook het armste land ter wereld en het dichtsbemijnde land op aarde.