NOVA-verslaggever Tom Kleijn in Irak
23 jan 03
NOVA-verslaggever Tom Kleijn was in september 2002 in Irak. Een dagboek.
Het begint eigenlijk al direct als je het vliegtuig uitkomt. Op de vloer van de slurf die de
passagiers het vliegveld op brengt, staat om de paar meter met rode letters 'down USA'geschilderd. Een spreuk
die we de dagen daarna nog veel tegen zullen komen.
Voor de ingang van het Al Rasheed Hotel, het beroemde hotel van waaruit CNN verslaggever Peter Arnett verslag
deed tijdens de oorlog, is een groot tegelmozaïek gemaakt. Het stelt de Amerikaanse president George
Bush senior voor, met daaronder de tekst 'Bush is criminal,' in twee talen. Aangezien het vriendelijke
tegeltableau net zo breed is als de ingang, loopt elke bezoeker zo met zijn schoenen over het gezicht van de
vroegere Amerikaanse leider.
Verder alleen maar portretten van de eigen leider. In wel honderd variaties. Met of zonder geweer, lachend
met een kind op de arm, zwaaiend naar de bevolking, in Arabische kleding, in uniform of in maatpak. Bijzonder
is de variant in dikke winterjas met bontmuts: staand in de sneeuw in de bergen, lachend van achter een
zwarte zonnebril. 'Tourism is a river of gold' staat er onder. Voor wie de boodschap precies bedoeld is, is
niet duidelijk. Populairst is het zwart-wit portret van begin jaren tachtig, net nadat Saddam de macht had
gegrepen. Het toont een jonge, slanke leider, die glimlachend voor zich uit staart.
Saddam is werkelijk overal: op enorme schilderingen op gebouwen, op foto's in elk koffiehuis of winkeltje,
maar ook op vlaggen, gebaksschaaltjes en horloges. Op bijna elke rotonde staat een standbeeld van de leider.
In brons of steen, meestal groetend naar het volk, vaak met geweer. Bij sommige beelden liggen er stukken van
Amerikaanse kruisraketten aan zijn voeten, om te tonen dat het Irakese volk zonder veel problemen de
Amerikaanse aanvallen heeft doorstaan.
Midden in Bagdad ligt het reusachtige conferentiecentrum dat werd
gebouwd voor de conferentie van non-alligned countries in 1982. De conferentie is nooit gehouden, omdat Irak
te druk was met de oorlog tegen Iran. Sindsdien wordt het het grootste deel van het jaar niet gebruikt. In de
centrale hal is een tientallen meters lang mozaïek, dat alle vier de wanden bedekt. Op het eerste
gezicht is het onduidelijk wat het precies voorstelt: soldaten, bommen, vredesduiven en gelukkige mensen
wisselen elkaar af. Tot je je realiseert dat er in de Arabische wereld van rechts naar links gelezen wordt.
Dan blijkt het tegelwerk te gaan over het vredige Irak met haar
gelukkige bevolking, dat aangevallen wordt door het laffe Amerika. Na wat vierkante meters gewijd aan bommen,
vliegtuigen en Irakese soldaten met opgeheven zwaarden blijkt de Amerikaanse agressor te zijn verjaagd. Aan
het einde is er plaats voor een spreuk, die meldt dat Amerika altijd ten onder zal gaan aan het grote Irakese
volk.
Onze taxichauffeur leidt ons welwillend door de stad en toont ons al dit moois. Over wat hij er
zelf allemaal van vindt, zegt hij weinig. Wel heeft hij graag dat we hem aan het eind van de dag betalen.
Niet in Irakese dinars, maar het liefst in Amerikaanse dollars. Verreweg de populairste munteenheid van het
land.