Dagboek uit Bagdad
16 mrt 03
NOVA-verslagever Tom Kleijn is in de Iraakse hoofdstad Bagdad, waar de dreiging van een oorlog het dagelijkse leven volledig in zijn greep heeft.
Bagdad, 16 maart 2003
"Blijven jullie?" Dat is de
vraag die alle journalisten in Bagdad elkaar al dagenlang stellen. Nu de Amerikaanse president Bush heeft
gezegd dat 'het nog een kwestie van dagen' is, loopt de spanning hoog op. Soldaten worden zenuwachtig,
zandzakken liggen opgestapeld op elke straathoek, grote machinegeweren staan op strategische kruispunten. Op
de daken van overheidsgebouwen zie je veel militairen lopen en hier en daar staat luchtafweergeschut. En op
straat spreken mensen je aan om te vragen of je misschien weet wanneer 'het' gaat beginnen.
De gewone burgers zijn op alles voorbereid. Ze hebben al weken geleden voedsel en water ingeslagen en er
staan lange rijen auto's bij de benzinepompen: iedereen verwacht dat de olieraffinaderijen aan de rand van de
stad zullen worden aangevallen en dat er dan geen benzine meer zal zijn. Onze chauffeur heeft bij zijn huis
een benzinetank van 600 liter gevuld en zijn vrouw en kinderen naar een veilige plek buiten de stad gebracht.
Hotels en winkels plakken tape op hun ramen om te zorgen dat er geen scherven door het gebouw vliegen als de
ruiten springen.
Voor de journalisten is de situatie onduidelijk. De meest wilde geruchten gaan door de stad en iedereen
vraagt zich af wat de beste plek zal zijn op het moment dat de bommen gaan vallen. Het ene hotel is het
grootst, het andere ligt dichter bij het ministerie van informatie waar we onze verhalen naar Nederland
kunnen stralen. Het derde ligt aan de andere kant van de rivier, wat weer handiger zou zijn om naar Iran te
vluchten. Dat is de dichtsbijzijnde grens en de kant waar vandaan er geen Amerikanen zullen komen.
Waarschijnlijk gaan de autoriteiten ons in vier grote hotels onderbrengen. Op die manier zitten we allemaal
bij elkaar en zijn we goed te controleren. Naar buiten gaan zonder begeleider mag sowieso al niet en als we
allemaal in hetzelfde hotel zitten, kunnen de autoriteiten nog beter zien wie waar naartoe gaat. Er is dan
ook een vreemd soort stoelendans begonnen; alle journalisten hebben extra kamers geboekt in andere hotels.
Maar de redenen daarvoor zijn gebaseerd op geruchten en bij elke collega zie je twijfel in zijn ogen als je
hem vraagt waarom hij nu juist dit hotel heeft gekozen. We zullen het moeten gaan zien wie uiteindelijk waar
gaat zitten, als de muziek ophoudt. En naar het schijnt is dat al binnen 72 uur.