Juryrapport Libris Literatuurprijs 2003 Abdelkader Benali, De langverwachte
8 mei 03
Niet veel romans leggen zo duidelijk rekenschap af van wie er precies aan het woord is als de roman De
langverwachte van Abdelkader Benali. Natuurlijk impliceert ieder verhaal altijd ook de geboorte van de
verteller, maar in deze roman sta je er als lezer bij en voor onze neus kondigt de verteller zich aan. Benali
is erin geslaagd de geboorte van zijn verteller ook daadwerkelijk plaats te laten vinden, of beter, zijn
vertelster stelt die geboorte nog even uit. 'Ik heb een gave', zo begint dit prachtige boek. En dan gaat het
verder: 'Zo, nu heb ik het gezegd. Ze wachten op me, vlak voor het begin van het nieuwe jaar, maar ik ga mijn
geboorte nog even uitstellen: ik kom pas naar buiten als iedereen hier aanwezig is'. De verteller in deze
roman is de nog ongeboren dochter van Mehdi Ajoeb, zoon van een Marokkaanse slager te Rotterdam en van Diana
Doorn, dochter van Rotterdamse Nederlanders. Ze kan vanuit de baarmoeder in het verleden zien, dat is haar
gave, ze kan zelfs een beetje in de toekomst kijken.
Een bonte stoet Marokkaanse en Nederlandse toekomstige familieleden van deze ruimhartige verteller trekt
voorbij, in een stroom van verhalen, voorvallen, anekdotes en komische scènes die Benali de
gelegenheid geven tussen neus en lippen door de veelkleurige samenleving van Rotterdam vlijmscherp weer te
geven. En langzamerhand begin je te vergeten wie hier precies vertelt en begin je te begrijpen dat Benali
deze opvallende vertellersconstructie nodig heeft om zichzelf de nodige ruimte en afstand te kunnen geven
voor deze geschiedenissen, door tegelijk aanwezig en afwezig te zijn, verbonden met het verleden en gericht
op de toekomst.
Hoofdpersoon en vader van de vertelster is de zeventienjarige Mehdi Ajoeb die op gespannen voet staat met
zijn vader, een Marokkaanse slager voor wie Nederland slechts als 'busstation' fungeert om zijn ultieme droom
te verwezenlijken: één keer in zijn leven de reis te mogen maken naar het heilige Mekka. Zijn
vrouw Malika koestert haar breekbare geschiedenis in de gekleurde glazen, die ze met veel moeite uit haar
geboorteland heeft meegebracht en die ze regelmatig zorgvuldig afstoft. Zij struint de huwelijksmarkt af op
zoek naar een geschikte kandidaat voor haar tegenstribbelende dochter Jasmina, die niet bepaald om een
huwelijk staat te springen en die van huis wegloopt. En dan heb je nog de familie van Diana, de jonge
hoogblonde moeder, die dochter is van gescheiden ouders. Haar pleegvader vermoedt in elke allochtoon een
crimineel en heeft er de grootste moeite mee dat juist zijn dochter een kind krijgt van een jongen met een
Marokkaanse achtergrond.
Dit zijn alleen nog maar een paar gegevens van dit speelse en geestige verhaal waarin op de achtergrond
voortdurend een grote en diepgaande betrokkenheid met de Nederlandse samenleving meespeelt. Benali neemt ons
mee met zijn figuren en vertelt hun leven, we maken kennis met hun vrienden en kennissen, beleven Mehdi's
perikelen op school, ontmoeten een brutale rapper, krijgen een inkijkje in de problemen van een Marokkaanse
slager in Nederland, maken de hilarische pogingen mee van deze slager om zijn rijbewijs te halen.
Ieder verhaal in deze roman roept weer een nieuw verhaal op; Benali laat geen kans onbenut zijn grote
vertellerstalent te demonstreren waarbij hij op ingenieuze en avontuurlijke wijze de vele verhaallijnen van
deze roman met elkaar weet te verbinden. Soms breekt hij ze af en vult ze later weer aan, dan laat hij ze
elkaar tegenspreken of spiegelen, of hij laat de werkelijkheid ineens in fantastische verbeelding overgaan.
Mooi is bijvoorbeeld ook de familiegeschiedenis van de Surinaamse rijexaminator die zich heeft voorgenomen om
de heer Ajoeb koste wat het kost te laten slagen.
De schrijver wil niet alleen een breed beeld geven van wat een samenleving uitmaakt en beweegt, hij is even
nieuwsgierig naar wat de afzonderlijke deelnemers ervan beweegt en voortdrijft, zonder dat hij daarover zijn
oordelen van tevoren al klaar heeft. Hij wil weten hoe het zit, niet wat we ervan moeten denken. Van
binnenuit. Opdat we ons niet hoeven te vergissen in wat we dagelijks op straat kunnen zien en waarover in
vele Nederlandse huiskamers wordt gedebatteerd. Dat toont hij in dit ruimhartige en beeldrijke boek.
Benali laat twee werelden zien: de Marokkaanse en de Nederlandse, en hoe ze met elkaar te maken krijgen,
zonder ons te willen beleren of ons voor te willen schrijven hoe we naar deze werelden moeten kijken. In dit
boek tref je geen algemene sociologische beschouwingen aan, geen politiek correcte verhalen over de
'culturele verschillen'. Hij is geen socioloog die met een analyse of een columnist die met een mening klaar
staat, maar een schrijver met een groot beeldenrepertoire waar hij ons keer op keer van laat genieten. Hij
zoekt het in de saillante details, in de gebeurtenissen, in de beschrijvingen, niet in oordelen daarover. De
weg van de literatuur, daar kiest hij voor, omdat literatuur hem de gelegenheid geeft ons een scherp beeld
voor te toveren van wat er te zien is en daar verhalen over te vertellen. Benali heeft het niet over 'de'
Marokkaanse vrouw, of 'de' Marokkaanse zoon, op dit soort schaamteloosheden wil hij nooit en te nimmer
betrapt worden, hij laat mogelijkheden zien, verlangens van specifieke mensen, hun verdriet, wanhoop, maar
ook hun geloof in een betere toekomst. Want de schrijver is een onverbeterlijke optimist en daar schaamt hij
zich niet voor. Dat wil hij via de lichte en vrolijke grondtoon van zijn boek op ons overdragen.
In een groot aantal korte en lange scènes creëert hij in dit boek niet alleen een indrukwekkend
beeld van de eigentijdse stad Rotterdam, maar ook van het Marokko dat de familie Ajoeb heeft achtergelaten en
dat hij in wonderlijke taferelen oproept. Juist de weergave van deze twee werelden, en de vermenging ervan,
brengt een essentie van deze roman aan het licht. Zijn stijl is verbluffend helder en concreet en tegelijk
slingeren zijn zinnen als kleurrijke versieringen over de bladzijden. Zijn beeldenrijkdom en metaforiek is
altijd geslaagd en innemend, vaak origineel. Hij is niet in staat met clichés te werken, altijd zoekt
hij naar een overtuigend beeld, een verrassende formulering, een geestige wending. Deze roman biedt niet
alleen een groots beeld van een samenleving maar dat beeld is ook nog gevat in een verbluffende rijkdom aan
taal. Zoals dat moet in grote literatuur.
Amsterdam, 7 mei 2003
De jury: Jeltje van Nieuwenhoven, voorzitter
Onno Blom
Hugo Brems
Kees 't Hart
Ingrid Hoogervorst