Seks verstandelijk gehandicapte vergt beter beleid
23 okt 02
De hulpverlening aan verstandelijk gehandicapten omtrent seksualiteit, anticonceptie en ouderschap moet
worden verbeterd. Huisartsen en andere zorgverleners weten vaak niet hoe ze moeten handelen als een
verstandelijk gehandicapte vragen heeft over seks en eventueel ouderschap.
Juist voor deze specifieke doelgroep zijn daarom richtlijnen nodig, zodat de hulpverleners weten hoe zij de
patiënt het best van dienst kunnen zijn. Dat stelt de Gezondheidsraad in een advies dat woensdag is
gepresenteerd.
Aanleiding daarvoor is dat door het emancipatiebeleid de afgelopen jaren meer aandacht is voor de seksuele
behoeften van verstandelijk gehandicapten. Onder meer door de verzelfstandiging hebben zij ook meer
gelegenheid voor seksueel contact. Onder hulpverleners en in de maatschappij leven volgens de raad nog veel
onjuistheden en vooroordelen over seksbeleving van deze groep.
In het advies beschrijft de raad de dilemma's die kunnen ontstaan als verstandelijk gehandicapten seks
willen. Sommigen zijn wilsonbekwaam, zodat zij zelf geen toestemming kunnen geven voor anticonceptie. Dat
moet een vertegenwoordiger doen, die dan met de arts zoveel mogelijk moet uitgaan van de opvattingen en
mogelijkheden van de patiënt. De Gezondheidsraad vindt dat er een betere methode moet komen om te
beoordelen of iemand wilsonbekwaam is.
Als een betrokkene anticonceptie weigert, zijn er al juridische mogelijkheden om dat onder dwang te geven.
Dat kan bijvorbeeld als de betrokkene medische of sociale schade zou oplopen. De raad beveelt aan meer
mogelijkheden te onderzoeken hoe onverantwoord ouderschap kan worden voorkomen.
Ook bepleit de raad om mensen met een verstandelijke handicap, familie en vertegenwoordigers beter te
informeren over seksualiteit om hen daarmee te steunen bij hun oordeelsvorming. Laagdrempelige
informatiecentra in de regio zouden dat kunnen doen. Verder vindt de raad dat verstandelijk gehandicapten ook
eventueel getraind kunnen worden in goed ouderschap. Daarvoor moeten meer mogelijkheden komen. De raad hoopt
dat dit onderwerp een maatschappelijk discussie uitlokt waaruit concrete richtlijnen kunnen ontstaan.