Pelotonscommandant L.C. van Duijn
11 nov 02
Pelotonscommandant Leen van Duijn van de C-compagnie van Dutchbat III, was een opvallende rijzige gestalte op de basis in Potocari. In het NIOD-rapport over de val van de moslimenclave Srebrenica valt de toenmalige eerste-luitenant vooral op door zijn bemoeienis met de deportatie van de duizenden vluchtelingen uit Srebrenica, vanaf de compound in Potocari.
Op 12 en 13 juli ziet hij toe hoe Bosnische Serviërs weerbare mannen scheiden van vrouwen, kinderen en bejaarden. Hij probeert de afvoer van de duizenden mensen in door het Bosnisch Servische leger gecharterde bussen een beetje in goede banen te leiden. Door dit optreden krijgt hij een forse aanvaring met tweede-luitenant Ron Rutten, bekend van het fotorolletje-schandaal. Rutten beschuldigt Van Duijn van een te grote medewerking aan de deportatie. Van Duijn zal later een klacht wegens smaad tegen Rutten indienen, omdat de tweede-luitenant hem van collaboratie had beschuldigd. De klacht werd uiteindelijk weer ingetrokken, maar de onderlinge verhouding tussen de twee officieren was zwaar beschadigd.
Van Duijn behoorde overigens ook tot de officieren die ondanks de enorme problemen voor Dutchbat, bleven functioneren. Hij constateerde wel dat in de hectische dagen na de val van de enclave de bevelsstructuur buiten de basis niet of nauwelijks meer bestond.
De officieren waren op zichzelf aangewezen. De pelotonscommandant werd in die periode in zijn YPR-pantserwagen zelf bedreigd door een moslimstrijder met een antitankraket. Van Duijn liet weten dat Dutchbat weinig moest hebben van moslimstrijders, zeker niet nadat zij op 8 juli soldaat Renssen hadden gedood.
(Bron: ANP)