De Wind: Debriefingsrapport was blinde vlek
21 nov 02
Met het debriefingsonderzoek, waarover brigade-generaal Onno van der Wind in augustus 1995 de
leiding kreeg, viel geen eer te behalen. Van der Wind wist dat het snel achterhaald zou zijn en dat er later
steeds meer ervaringen over het drama van Srebrenica bekend zouden worden. Hij kwalificeerde het rapport
donderdag voor de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica als 'een blinde vlek'. Het bezorgde
minister Voorhoeve van Defensie grote politieke schade, omdat deze zich herhaaldelijk in de Tweede Kamer
moest verantwoorden voor nieuwe onthullingen in de media.
Van der Wind ontkende dat de bevelhebber van de landmacht, generaal Hans Couzy invloed op het rapport had,
zoals verscheidene getuigen tijdens de enquête hebben beweerd. Tijdens de operatie is Couzy maar een
keer op bezoek geweest, zei Van der Wind.
De debriefing begon in september 1995, twee maanden nadat de moslimenclave door het Bosnisch-Servische leger
onder de voet was gelopen. In Assen werden 460 militairen verhoord over hun ervaringen. Een formeel
geschreven opdracht voor de operatie, die Van der Wind als 'vreselijk' kenschetste, is nooit gegeven.
Gaandeweg werd het hem duidelijk dat hij rechtstreeks voor de minister werkte en werd aangestuurd door de
hoogste ambtenaar van het departement. Dat komt overeen met het verhaal van de toenmalige plaatsvervangend
bevelhebber van de landmacht A. van Baal. Volgens de ambtelijke top van destijds viel Van der Wind onder
Couzy.
Het rapport dat in oktober 1995 verscheen, verhult veel. Aanwijzingen van oorlogsmisdaden zijn er niet in te
vinden. Zo staat er niet in dat er bij de evacuatie van de Bosniërs paspoorten zijn gevonden, zoals
luitenant L. van Duijn tegen de commissie heeft verklaard. Omdat die
waarneming niet ook was gedaan door anderen, waren die paspoorten als 'persoonlijke eigendommen' in het
rapport terechtgekomen.
(Bron: ANP)