Vijf vragen over de muur van Israël
9 jul 04
Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag doet op 9 juli uitspraak over de veiligheidsbarrière tussen de Israëlische en Palestijnse grondgebieden. Wat houdt hij eigenlijk in, die barrière? Vijf vragen.
Wat is de muur?
De veiligheidsbarrière is een hoge muur die Israël op de
Westelijke Jordaanoever bouwt op Palestijnse grond. In april 2002 besloot de Israëlische premier Sharon
dat er een afscheiding moest komen om de Israëlische bevolking te beschermen tegen zelfmoordaanvallen
van radicale Palestijnen, die veelal vanuit dit gebied hun acties voorbereiden.
Enkele maanden geleden begon Israël daadwerkelijk in het noordwesten van de Westelijke Jordaanoever met
de bouw van de muur. Op sommige plaatsen bestaat de muur uit een vijf meter hoge afrastering, terwijl elders
de afscheiding is opgetrokken uit beton en een hoogte heeft van acht meter. De basis is een brede betonlaag
met een brede greppel, elektronische sensors en wachttorens. Aan weerszijden is een strook grond van in
totaal honderd meter breed met zand zodat Israëlische legerpatrouilles direct verdachte voetstappen
kunnen zien.
Waarom bouwt Israël de muur?
Het voornaamste argument van Israël om de muur te bouwen is dat het zelfmoordaanslagen van Palestijnse
terroristen wil voorkomen. De huidige Israëlische regering noemt de afscheiding militair noodzakelijk en
beklemtoont dat het om een tijdelijke maatregel kan gaan. Maar de enorme kosten die aan de muur zijn
verbonden, wekken bij de Palestijnen de indruk dat het een manier is om Palestijns grondgebied definitief te
annexeren. Een kilometer muur kost naar schatting bijna twee miljoen euro.
Wat is het standpunt van Israël?
Israël vindt naar eigen zeggen dat het het volste recht heeft om de eigen bevolking te beschermen tegen
zelfmoordaanslagen. De regering wijst erop dat het aantal aanslagen drastisch is teruggelopen sinds de muur
gebouwd is.
De Israeli's stellen dat het Internationaal Gerechtshof in Den Haag niet bevoegd is over de muur te oordelen,
omdat deze instelling alleen kan bemiddelen in politieke kwesties tussen twee staten. Israël verzet zich
tegen de bemoeienis van het Gerechtshof, omdat hiermee impliciet de Palestijnse staat wordt erkend.
Wat is het standpunt van de Palestijnen?
De Palestijnen stellen onder meer dat de muur in strijd is met de (IVe) Conventie van Genève (1949),
(de Reglementen van) de Haagse Conventie (1907), het internationaal humanitair recht en de met Israël
gesloten akkoorden.
De Palestijnen vinden dat hen groot onrecht wordt aangedaan, doordat grond werd onteigend en Palestijnen
afgescheiden worden van hun familie, bouwland en andere voorzieningen. Een groot aantal Palestijnse enclaves
raakt volledig ommuurd en geïsoleerd.
Bovendien zou de muur de kolonisten politiek voordeel bieden, omdat de joodse nederzettingen in deze gebieden
zo een definitief karakter krijgen. De Verenigde Naties spreken dan ook van een 'de facto annexatie'.
Wat kan het Internationaal Gerechtshof doen?
Het Internationaal Gerechtshof geeft vrijdag op verzoek van de VN slechts een "adviserende opinie" over de
juridische kant van de kwestie. De uitspraak van dit hoogste rechterlijke orgaan van de VN is niet bindend.
Niettemin wordt de mening van de vijftien magistraten met grote belangstelling tegemoet gezien.
Algemeen is de verwachting dat de uitspraak gunstig is voor de Palestijnen. Een negatief advies voor
Israël zal de regering van premier Sharon zeker onder druk zetten en een versterking vormen van de
Palestijnse positie in de kwestie. Sharon heeft zich van te voren al ingedekt door de mening van het hof bij
voorbaat "irrelevant" te noemen.
(Bron: ANP)