Kamer gaat megaprojecten onderzoeken
18 jun 03
De Tweede Kamer gaat onderzoeken hoe grote projecten, zoals de hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Parijs
en de Betuweroute, financieel beter binnen de perken gehouden kunnen worden. Een meerderheid is voorstander
van een dergelijk breed onderzoek. Alleen de SP, GroenLinks en de SGP willen een parlementaire enquête
naar de Betuweroute.
Dat bleek woensdag na de publicatie van een rapport van de Algemene Rekenkamer over de reservering van 985
miljoen euro die de vorige minister De Boer van Verkeer en Waterstaat vorig jaar plots in zijn begroting
opnam voor de financiële risico's van de megaprojecten HSL-Zuid en Betuweroute.
De precieze vorm van het parlementaire onderzoek is nog onduidelijk. De Kamer wil er in ieder geval ook goede
voorbeelden bij betrekken, zoals de aanleg van de Westerscheldetunnel die netjes binnen de kasboekjes is
gebleven. CDA'er Van Haersma Buma vindt dat een onderzoeksgroep een 'toetsingskader' moet opstellen op basis
waarvan financiële risico's bij megaprojecten in kaart gebracht kunnen worden. D66-Kamerlid Van der Ham
hoopt dat het onderzoek vooral betere ramingsmethodes oplevert. Zijn VVD-collega Hofstra voorziet een
"werkgroepje" die de beheersbaarheid van megaprojecten onder de loep gaat nemen.
PvdA-Kamerlid Dijksma vindt dat het onderzoek er toe moet leiden dat fouten bij grote projecten in de
toekomst vermeden worden, zodat de kosten niet de pan uit rijzen zoals bij de Betuweroute en de HSL-Zuid. Ook
de LPF is voorstander van een breed onderzoek naar megaprojecten, zodat "megablunders als de Betuweroute in
de toekomst voorkomen worden", aldus LPF-Kamerlid Hermans.
De Kamer wachtte eerder dit jaar bewust met het instellen van een parlementair onderzoek, omdat de Rekenkamer
het 'risicomiljard' aan het onderzoeken was. Die Rekenkamer constateert woensdag dat de informatievoorziening
over de reservering voor de risico's "onvolledig en daardoor onvoldoende inzichtelijk" was.
Het ministerie lichtte het bedrag op prinsjesdag bewust niet toe, omdat het bedrijfsleven daar munt uit zou
kunnen slaan. Volgens de Rekenkamer kan de Kamer door die onduidelijkheid haar 'budgetrecht' niet goed
uitvoeren. De kersverse minister Peijs van Verkeer en Waterstaat, blijft er echter bij dat niet alle
informatie over financiële risico's bij megaprojecten openbaar moet zijn. "De Rekenkamer vindt openheid
belangrijker dan de prijs. Ik vind dat de marktsituatie deze opvatting nietaltijd toelaat", reageerde de
bewindsvrouw.
Een woordvoerder van de Rekenkamer benadrukt in een reactie op de uitlatingen van Peijs dat ook de Rekenkamer
erkent dat gevoelige informatie niet altijd openbaar kan worden gemaakt. "Daarom hebben wij juist aanbevolen
dat ze van te voren goede afspraken moet maken met de Tweede Kamer over het geven van vertrouwelijke
informatie en niet achteraf, zoals in dit geval is gebeurd." Peijs gaf woensdag al aan dergelijke afspraken
te willen maken. Ook veel fracties dringen aan op een betere balans tussen openheid en geheime
informatie.
De minister geeft toe dat de risicoreservering minder hoog geweest zou zijn als in het verleden betere
contracten zouden zijn gesloten voor de HSL-Zuid en de Betuwelijn. In de toekomst wil het ministerie bij
dergelijke projecten daarom altijd van te voren een "grondige risicoanalyse" maken, zodat die bij de
besluitvorming in de Tweede Kamer kan worden meegewogen.
Overigens constateert de Rekenkamer dat de risicoreservering niet strijdig is met de wet en dat het bedrag
van 985 miljoen euro "verdedigbaar" is, maar niet goed onderbouwd. De onderzoekers denken dat er vrijwel
zeker 800 miljoen euro van dit bedrag nodig is.
"Als alle thans bekende risico's zich maximaal gunstig ontwikkelen" kunnen de kosten oplopen naar 1,4
miljard euro, een half miljard meer dan de risicoreservering. Toenmalig minister De Boer gaf eerder al aan
dat waarschijnlijk het meeste geld uit de risicopot daadwerkelijk nodig is.
(bron: ANP)