'Milosevic weigerde Macedonië aan te vallen'
23 nov 04
Tijdens de NAVO-bombardementen op Joegoslavië in 1999 stelden Russische militairen aan president
Milosevic voor in de tegenaanval te gaan tegen de NAVO-troepen in de naburige Voormalige Joegoslavische
Republiek Macedonië (FYROM). Milosevic wilde echter niet weten van zo'n uitbreiding van het conflict.
Dat verklaarde de Russische generaal Ivasjov dinsdag tijdens zijn getuigenis voor het
Joegoslavië-Tribunaal.
In Macedonië waren destijds troepen uit verschillende NAVO-landen gelegerd om als zogeheten Extraction
Force (EF) in te kunnen grijpen in het conflict in Joegoslavië. Het had ook tot een confrontatie aan de
grond met Nederlandse militairen kunnen komen, als Milosevic op het voorstel was ingegaan. In Macedonië
waren meer dan tweehonderd Nederlandse militairen gestationeerd.
Generaal dr. Leonid G. Ivasjov was tijdens de Kosovo-oorlog directeur-generaal internationale militaire
samenwerking van Rusland. In die hoedanigheid had hij veel te maken zowel met Joegoslavië als met
NAVO-kopstokken zoals secretaris-generaal Solana. Ivasjov vertelde de rechters dat de Amerikaanse regering in
1997 al plannen maakte voor NAVO-bombardementen op Joegoslavië.
De verdachte ex-president van Joegoslavië greep de uitspraak aan als bewijs dat het bloedbad van Racak
en de mislukte vredesconferentie van Rambouillet slechts voorwendselen waren voor de NAVO-bombardementen. "De
beslissing tot agressie was eerder al genomen", aldus Milosevic.
VN-aanklager Nice maakte bezwaar tegen Ivasjovs uitspraak op basis van "geheime bronnen". De Brit vroeg zich
af hoe hij een kruisverhoor zal kunnen afnemen, als hij tot Ivasjovs geheime bronnen geen toegang heeft.
Ivasjov zette ook vraagtekens bij het functioneren van KVM, de waarnemingsmissie in Kosovo van de Organisatie
voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
Volgens de generaal werd de opinie van Russische OVSE-leden systematisch genegeerd. Het hoofd van KVM, de
Amerikaan Walker, speelde een beslissende rol bij het voorbereiden van de Westerse publieke opinie op de
aanval op Joegoslavië in maart 1999. Ivasjov schetste een heel ander beeld van de situatie in Kosovo
voor de interventie: het Joegoslavische leger reageerde slechts op terrorisme van het Kosovo-Bevrijdingsleger
(UCK).
De Joegoslavische soldaten hadden instructies de rechten van burgers te respecteren. Sommigen hebben wellicht
"emotioneel overgereageerd", maar daarnaar is dan ook een onderzoek ingesteld, aldus Ivasjov. Na zijn
getuigenis maandag in het Milosevic-proces is oud-premier Ryzjkov van de Sovjet-Unie dinsdag teruggekeerd
naar Moskou.
Eerder maakte hij duidelijk dat maandag sprake moet zijn geweest van een vertaalprobleem: "Hij heeft niet
gezegd dat er 800.000 buitenlandse huurlingen in Albanië waren, maar 800 … 1000", aldus Ryzjkov.
(Bron: ANP)