'Kereltje' Pechtold zet kroon op bliksemcarrière
24 jun 06
Ondanks zijn niet aflatende kritiek op het "Haagse wereldje" ziet Alexander Pechtold er voor zichzelf wel een toekomst in: als lijsttrekker van D66.
Zaterdag bleek dat ook de meerderheid van zijn partijgenoten hem geknipt vindt voor die rol. Daarmee zet
"kereltje Pechtold", zoals columnist Jan Blokker hem spottend heeft gedoopt, de voorlopige kroon op een
politieke bliksemcarrière.
Amper een jaar geleden werd de 40-jarige Pechtold na het plotselinge vertrek van Thom de Graaf minister voor
Bestuurlijke Vernieuwing. In korte tijd werd hij een van de meest besproken bewindspersonen. In interviews
uitte hij stevige kritiek op collega-ministers, het kabinetsbeleid of het Haagse politieke wereldje waar "met
meel in de mond wordt gesproken".
Dat leidde nogal eens tot aanvaringen, vooral met coalitiegenoten CDA en VVD. In oktober kwam het tot excuses
toen hij premier Jan Peter Balkenende had beschuligd van doemdenken, omdat hij geregeld wees op mogelijke
terreuraanslagen. In januari wasten zijn collega's hem hardhandig de oren nadat Pechtold had gezegd dat
ministers "vreselijker" met elkaar omgaan dan wie ook. "Het is allemaal veel vuiler en vunziger dan mensen
denken."
Ook bij andere gelegenheden moest Pechtold enkele malen verontschuldigingen aanbieden na harde uitspraken.
Lousewies van der Laan, zijn belangrijkste concurrent in de strijd om het lijsttrekkerschap, verweet hem in
hun onderlinge debatten afgelopen weken dan ook dat hij "niet durft door te bijten". Van der Laan noemde
Pechtold zelfs "ongeloofwaardig als lijsttrekker", maar dat kwam haar op harde verwijten van
partijcoryfeeën te staan. Want oudgedienden als D66-oprichter Hans van Mierlo en ex-partijleider De
Graaf steunden volop de kandidatuur van Pechtold.
Pechtold heeft zich bij zijn aantreden als minister ten doel gesteld vastgeroeste Haagse rituelen aan de
kaak te stellen om te proberen de kloof tussen politiek en burger te verkleinen. En dat mag in zijn ogen best
gepaard gaan met stevige teksten. De bewindsman wist echter ook dat hij zich daarmee op de kaart zou zetten
voor de partij en voor zijn eigen rol daarin.
De D66'er wijkt in zijn profileringsdrang soms af van het kabinetsbeleid. Zo bepleitte hij legalisering van
softdrugs en noemde hij de identificatieplicht een absurde schijnveiligheid. Hij vindt dat dit, net als
preventief fouilleren en cameratoezicht, alleen maar een beperking van de vrijheid tot gevolg heeft. Pechtold
ziet meer in extra geld voor onderwijs, opvoeding, alcohol- en drugsbeleid en inburgering.
Zijn opmars is vooral snel gegaan sinds hij in 2002 voorzitter werd van D66. Pechtold begon zijn loopbaan als
kunsthistoricus begin jaren negentig bij Van Stockum's Veilingen in Den Haag. Toen was hij al politiek
actief, eerst als assistent van de Leidse D66-fractie. Daarna kwam hij in de gemeenteraad van deze stad en
tussen 1997 en 2003 was hij er op diverse terreinen wethouder. In oktober 2003 werd hij in Wageningen
burgemeester maar daar vertrok hij al na anderhalf jaar naar het Haagse pluche.
De komende maanden krijgt Pechtold de weinig benijdenswaardige taak D66 opnieuw op de kaart te zetten. De
partij mag dan weliswaar al bijna twaalf jaar bijna onafgebroken deel uitmaken van de regering, electoraal is
ze in een diep dal beland. Volgens peilingen dreigt ze bij de komende verkiezingen minstens de helft van haar
huidige zes zetels te verliezen. Waarna de vraag naar haar bestaansrecht nadrukkelijk aan de orde zou
komen.
(Bron: ANP)